Heeft de conferencepeer nog een toekomst in Limburg? Onderzoek levert opvallende vaststellingen op
Video
Bloesems vroeger, hitte tijdens de pluk en een langer seizoen: heeft de conferencepeer in Limburg nog een toekomst? Een tijdmachine in Maasmechelen biedt een antwoord.
Drie jaar geleden kregen twaalf perenbomen, inclusief een flinke kluit Haspengouwse aarde, een plek in de Ecotron in Maasmechelen. Dit hoogtechnologisch onderzoekslaboratorium van de Universiteit Hasselt functioneert als een tijdmachine. Terwijl de ene helft van de bomen in ons huidige klimaat bleef, werd de andere helft blootgesteld aan het klimaat van 2040 tot 2050.
“Daarvoor baseren we ons op gedetailleerde klimaatmodellen van wetenschappers van de Vrije Universiteit Brussel”, vertelt professor dr. François Rineau (UHasselt). “Tegen 2040 zal het gemiddeld 0,7 graden warmer zijn, met meer weersextremen zoals hittegolven en late vorst. In de Ecotron sturen we de neerslag, temperatuur, windsnelheid en het CO₂-gehalte in de lucht aan. Ook in de bodem voeren we metingen uit. Zo kunnen we de groei, kwaliteit en opbrengst van peren analyseren, net als schimmels en ziekten en veranderingen in de bodem.” Samen met het Vlaams Centrum voor Bewaring van Tuinbouwproducten (VCBT) en het Proefcentrum Fruitteelt (pcfruit) werd de afgelopen drie jaar onderzocht of de teelt van de conferencepeer nog toekomst heeft in Limburg. Dat onderzoek leverde een aantal opvallende vaststellingen op.
Vroeger in bloei
De bloesems die vandaag in april duizenden toeristen naar Haspengouw lokken, zullen in de toekomst nog vroeger aan de perenbomen verschijnen.
“De bloeitijd schuift steeds meer naar voren, iets wat we nu al in de praktijk zien”, zegt Dany Bylemans, directeur van pcfruit. “Hogere temperaturen in de late wintermaanden zorgen automatisch voor een vroegere bloei. In het klimaat van de toekomst zullen perenbomen gemiddeld zeven tot tien dagen vroeger in bloei staan. Dat brengt ook risico’s met zich mee. De periode waarin de plantstructuren gevoelig zijn voor nachtvorst wordt langer, terwijl het tot de IJsheiligen half mei nog altijd kan vriezen. Eén extreem jaar op vijf jaar tijd kan al voor grote schade zorgen.”
Vroeger plukrijp
Een vroegere bloei betekent ook dat de peren sneller plukrijp zijn.
“Normaal zitten er zo’n 135 dagen tussen bloei en oogst”, zegt Ann Schenck (VCBT). “Na een warm seizoen kan dat dalen tot 125 of 130 dagen, waardoor de pluk vroeger valt.” Dat heeft praktische gevolgen. “Toen ik als student peren ging plukken, was het vaak fris in september”, herinnert Bylemans zich. “Als de oogst opschuift naar begin augustus, gebeurt dat bij zomerse hitte. Peren kunnen dan niet lang in paloxen blijven staan en moeten snel worden ingekoeld.”
“Dat vraagt meer inkoelcapaciteit en dus meer energie”, vult Schenck aan. “Een peer die bij 30 graden wordt geplukt, kost aanzienlijk meer energie om te koelen dan eentje die bij 15 graden wordt geoogst.
Geler en zoeter
Hoewel je in een warmer en droger klimaat kleinere peren zou verwachten, was er in de Ecotron geen verschil in dikte.
“We hebben in de klimaatkoepels geen lange droogteperiode gesimuleerd”, zegt Caroline Meesters (VCBT). “De peren uit het toekomstige klimaat waren wel minder hard, geler en zoeter. Dat hogere suikergehalte zorgt er wel voor dat je ze beter kan bewaren.”
“In warme, zonnige omstandigheden komt inwendig bruin minder snel voor”, zegt Ann Schenck. “Vandaag laten we peren in bewaring geleidelijk wennen aan minder zuurstof. Een te snelle zuurstofverlaging verhoogt namelijk het risico op inwendig bruin. Wellicht zullen we dat proces in sommige jaren wat moeten versnellen, om andere afwijkingen gelinkt aan hogere temperaturen te vermijden. De kwaliteit van de peren blijft wel behouden, mits de peren op het juiste moment worden geplukt. Met de plukmodellen van VCBT kunnen telers daar nu al op inspelen.”
Zonnebrand
Parallel met het onderzoek in de klimaatkoepels van de Ecotron liep er ook veldonderzoek bij pcfruit, onder meer naar zonnebrand. “We pasten de boomarchitectuur aan zodat de kruin als een soort parasol werkt”, zegt Dany Bylemans. “Maar door het zonlicht weg te nemen, kregen we kleinere peren. En die leveren de fruitteler minder geld op.”
Wat wel werkt, is een oprolbaar hagelnet. “Klassieke hagelnetten hangen boven de plantage en nemen de wind deels weg, en dus ook het verkoelend effect. Deze oprolbare hagelnetten hangen als een soort koker rond de boompjes en beschermen tegen de zon zonder dat nadeel.”
Verkoeling
Dat verkoelend effect wordt cruciaal voor wie in 2040 nog peren wil telen. Vandaag gebruikt amper twintig procent van de fruittelers extra bewatering.
“In Haspengouw zit het grondwater erg diep, en dat vormt een probleem”, zegt Bylemans. “Samen met het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren, onderzoeksorganisatie VITO en KU Leuven werken we aan sponslandschappen. Die houden het water beter vast en laten het minder afstromen. In hetere en drogere jaren is het vooral belangrijk dat bomen water kunnen blijven verdampen. Dat werkt zoals verneveling op een terras in de zomer, dat zorgt voor verkoeling.”
Langer seizoen
Hoewel de perenbomen zo steriel mogelijk in de Ecotron zijn geplaatst, is er toch een insect meegeglipt. Dat leidde tot een uitbraak van perenbladvlo, de belangrijkste plaag bij perenbomen.
“We hebben daarop roofwantsen ingezet als natuurlijke vijand, maar die blijken het minder goed te doen in het klimaat van de toekomst”, zegt Dany Bylemans. “Het Aziatisch lieveheersbeestje, een uitheemse soort die hier al voorkomt, presteerde merkelijk beter, waardoor we de plaag onder controle kregen. De vraag is of het lieveheersbeestje de perenbladvlo blijft aanpakken als er ook bladluizen zijn. Dat vergt verder onderzoek.”
Ook de bestrijding van perenbladvlo met klei zal niet alleen in het voorjaar, maar ook in het najaar nodig zijn. “Doordat de pluk vroeger valt, kan de teler zijn boomgaard na de oogst niet zomaar loslaten”, waarschuwt Bylemans. “De sapstroom in de boom blijft actief, en dus ook het risico op perenbladvlo. In de praktijk betekent dat een langer seizoen en een kortere snoeiperiode.”
Conclusie
De conclusie na drie jaar onderzoek is duidelijk: er is nog toekomst voor de 450 Limburgse perentelers. “Dat kunnen we nu met een gerust hart zeggen”, bevestigt Dany Bylemans. “Al moeten de telers rekening houden met een langer seizoen en maatregelen tegen de zon en de droogte nemen. Of er na 2050 nog toekomst is, zal het vervolgonderzoek moeten uitwijzen.”
De perenbomen blijven voorlopig in de Ecotron. “Samen met het Vlaams Instituut voor Biotechnologie en pcfruit bestuderen we hoe perenbomen en het hele ecosysteem van de fruitteelt omgaan met klimaatstress, zoals hitte, droogte en overstroming. We testen de bomen ook in het klimaat van 2100, met een verwachte temperatuurstijging van 2 tot 4 graden en een verdubbeling van het CO₂-gehalte”, besluit professor dr. Nadia Soudzolovskaia (UHasselt).







